Hoe doe je marktonderzoek? In 7 stappen van vraag naar besluit

Marktonderzoek doe je in zeven stappen: je legt vast welke beslissing het onderzoek moet ondersteunen, maakt daar toetsbare vragen van, zoekt uit wat al bekend is, kiest methode en steekproef, verzamelt de gegevens, analyseert ze en koppelt de uitkomst aan een besluit. Een compact onderzoek met een online enquête duurt zo vier tot zes weken. Beantwoordt deskresearch je vraag al, dan ben je in een tot twee weken klaar.

De 7 stappen in één overzicht

StapWat je doetResultaatDoorlooptijd
1. BeslissingVastleggen welke keuze voorligt en wanneerEén zin plus een beslisregel1–2 dagen
2. OnderzoeksvragenDe keuze opdelen in toetsbare vragenDrie tot zes vragen met hypotheses2–3 dagen
3. DeskresearchBestaande cijfers en eigen data verzamelenFeitenbasis en een lijst open vragen1–2 weken
4. Methode en steekproefKiezen hoe en bij wie je meetOnderzoeksopzet met steekproefomvang2–4 dagen
5. VeldwerkVragenlijst of gespreksleidraad testen en afnemenSchone dataset of gespreksverslagen1–3 weken
6. AnalyseWegen, kruistabellen maken, open antwoorden coderenTabellen en kernbevindingen1 week
7. Rapportage en besluitDe uitkomst naast de beslisregel leggenAdvies op één pagina plus rapport2–5 dagen

Stap 3 en 4 lopen vaak deels parallel: terwijl de deskresearch loopt, zet je de vragenlijst al op. Interviews kosten in stap 5 meer tijd per deelnemer dan een enquête, maar je hebt er veel minder deelnemers voor nodig.

Door het hele stappenplan loopt één voorbeeld: een hypothetische sportschoolketen met vier vestigingen in Groningen overweegt een programma met begeleide groepslessen overdag voor 65-plussers.

Stap 1: begin bij de beslissing, niet bij de vragenlijst

De meest gemaakte fout is beginnen met vragen bedenken. Schrijf eerst op welke keuze voorligt, wie die neemt en wanneer. Voor de sportschool: "Starten we in september in twee vestigingen met een 65+-programma, ja of nee?"

Leg daarna een beslisregel vast: welke uitkomst leidt tot ja? Bijvoorbeeld: het programma start als er rond minstens twee vestigingen genoeg geïnteresseerde 65-plussers wonen om vaste groepen te vullen, en als hun voorkeurstijden in de daluren vallen. Zo'n regel voorkomt dat je achteraf elke uitkomst als bevestiging leest. Zet beslissing, regel en planning samen in een korte onderzoeksbriefing, ook als je het onderzoek zelf uitvoert.

Stap 2: maak er toetsbare onderzoeksvragen van

Splits de beslissing op in drie tot zes vragen die je met gegevens kunt beantwoorden. Voor de sportschool:

  • Hoeveel 65-plussers wonen er binnen tien minuten fietsen van elke vestiging?
  • Welk deel van hen beweegt nu weinig, maar zou dat wel willen?
  • Welke begeleiding, welke tijden en welke groepsgrootte verwachten ze?
  • Wat houdt hen nu tegen: gezondheid, vervoer, de sfeer, het idee dat het niets voor hen is?
  • Waar sporten de actieve 65-plussers nu, bij de fysiotherapeut, een vereniging of thuis?

Schrijf bij elke vraag een hypothese op, bijvoorbeeld "de grootste drempel is het beeld dat een sportschool voor jongeren is". Je toetst dan gericht, in plaats van achteraf in de data te zoeken naar iets wat opvalt. Bepaal ook wie tot de doelgroep hoort: alleen inwoners van de stad, of ook van de omliggende dorpen?

Stap 3: zoek uit wat al bekend is

Deskresearch kost de minste tijd per antwoord en laat zien welke vragen echt nog openstaan. Voor de sportschool levert CBS StatLine het aantal inwoners per leeftijdsgroep per wijk, het KvK Handelsregister laat zien welke fysiotherapiepraktijken en sportaanbieders in de buurt zitten, en de eigen ledenadministratie vertelt hoeveel 65-plussers al lid zijn en hoe lang ze blijven. Een overzicht van openbare bronnen vind je in gratis bronnen voor marktonderzoek.

Kijk ook naar de bredere context. Een nieuw abonnement verkoop je lastiger als consumenten somber zijn. De Eurostat-reeks voor het consumentenvertrouwen, voor Nederland gebaseerd op de enquête van het CBS, liet in 2026 een duidelijke daling zien:

Maand in 2026NederlandEU-27
januari-12,0-12,4
maart-18,1-15,8
april-23,8-19,8
juni-17,4-17,0
augustus-16,8-15,1
oktober-19,0-17,3

De cijfers zijn seizoensgecorrigeerde saldi (Eurostat, ei_bsco_m). Het CBS publiceert op StatLine een eigen reeks met een andere berekening, die in oktober 2026 op -34 uitkwam. Beide zijn bruikbaar, maar zet ze nooit in één grafiek. Noteer bij elk cijfer uit welke tabel het komt en op welke datum je het ophaalde, zodat een ander je werk kan narekenen. Heb je daar zelf geen tijd voor, dan kun je ook deskresearch laten uitvoeren.

Stap 4: kies de methode en de steekproef

De methode volgt uit je vragen. Ken je de mogelijke antwoorden nog niet, begin dan kwalitatief: vijf tot tien diepte-interviews laten zien welke wensen en drempels er spelen en in welke woorden mensen ze beschrijven. Wil je weten hoe vaak iets voorkomt, dan heb je een enquête nodig.

Voor de sportschool wordt het: eerst acht gesprekken met 65-plussers, onder wie mensen die nu niet sporten, daarna een online enquête onder inwoners van 65 jaar en ouder. Een vuistregel voor de omvang: bij een grote populatie, 95% betrouwbaarheid en een foutmarge van plus of min 5 procentpunt heb je ongeveer 385 bruikbare antwoorden nodig. Wil je per vestiging uitspraken doen, dan heeft elke vestiging een eigen deelsteekproef nodig. Reken je situatie door met de steekproefcalculator; de formule en de correctie voor kleine populaties staan in steekproefgrootte berekenen.

Let ook op hoe je respondenten werft. Een oproep op je eigen Facebookpagina levert een gemakssteekproef op van mensen die je al kennen. Een online panel met quota op leeftijd en woonplaats, eventueel aangevuld met telefonische interviews voor de oudste groep, geeft een eerlijker beeld.

Stap 5: test de vragenlijst en voer het veldwerk uit

Houd een vragenlijst voor consumenten bij voorkeur onder de tien minuten. Met de tool voor enquêtelengte zie je hoe lang de jouwe duurt en hoeveel veldwerktijd je moet inplannen. Inspiratie voor formuleringen en schalen vind je in de 50 voorbeeldvragen voor een enquête.

Test de vragenlijst vooraf met vijf mensen uit de doelgroep. Laat ze hardop denken tijdens het invullen: waar aarzelen ze, welke vraag lezen ze anders dan bedoeld? Start het veldwerk daarna met een zachte lancering en bekijk de eerste tientallen antwoorden voordat je de rest uitnodigt. Verwijder tijdens het veldwerk respondenten die veel te snel invullen, bij elke stelling hetzelfde antwoord geven of zichzelf tegenspreken.

Stap 6: analyseer met de beslissing in je achterhoofd

Begin met een controle van de dataset: zijn alle quota gevuld, kloppen de filters, zijn er onmogelijke combinaties? Wijkt de samenstelling af van de bevolking, corrigeer dat dan met weging naar de CBS-verdeling van leeftijd, geslacht en regio.

Maak daarna kruistabellen voor de groepen die er voor je beslissing toe doen, zoals per vestiging of voor mensen die nu wel en niet sporten. Rapporteer subgroepen met minder dan ongeveer vijftig respondenten als indicatie, niet als hard cijfer. Codeer open antwoorden in thema's en leg ze naast de interviews: de enquête vertelt hoeveel mensen een drempel ervaren, de gesprekken vertellen waarom.

Stap 7: rapporteer het antwoord en neem het besluit

Een goed rapport begint met het antwoord op de vraag uit stap 1, niet met de methode. Zet op één pagina het besluit, de drie cijfers die het onderbouwen, de belangrijkste onzekerheden en de vervolgstappen. Methode, tabellen en citaten komen daarna.

In het voorbeeld blijkt de belangstelling vooral rond twee van de vier vestigingen groot genoeg. De sterkste drempel is niet de prijs maar het gevoel dat een sportschool niet bij deze leeftijd past. Het besluit: het programma start in twee vestigingen onder een eigen naam, met een proefperiode en vaste trainers, en na drie maanden volgt een evaluatie onder de deelnemers.

Maak de lege tabellen vóór het veldwerk

Schets voordat de vragenlijst online gaat de tabellen die je in het rapport wilt zien. Een vraag die geen enkele tabel vult, kun je schrappen; een tabel zonder bijbehorende vraag laat zien wat er nog ontbreekt.

Checklist: is je onderzoek klaar om te starten?

  • De beslissing staat in één zin, met een datum waarop je haar neemt.
  • Er is een beslisregel: je weet vooraf welke uitkomst tot ja of nee leidt.
  • Elke vraag in de vragenlijst hoort bij een onderzoeksvraag.
  • De doelgroep is afgebakend naar leeftijd, regio en gedrag.
  • Je weet wat CBS, Eurostat en je eigen data al zeggen.
  • De steekproefomvang is berekend, ook voor de subgroepen die je wilt vergelijken.
  • De vragenlijst is getest met minstens vijf mensen uit de doelgroep.
  • Je weet hoe je de data controleert en of je moet wegen.
  • Er staat een moment in de agenda waarop je het besluit neemt.

Wil je het onderzoek liever uitbesteden, lees dan eerst waar je op let als je marktonderzoek laat doen. Beschrijf daarna je beslissing en doelgroep in het offerteformulier; je ontvangt een voorstel met methode, steekproef en planning.

Veelgestelde vragen

Moet ik eerst kwalitatief of kwantitatief onderzoek doen?

Meestal eerst kwalitatief. Interviews of een focusgroep laten zien welke antwoordmogelijkheden er bestaan en hoe mensen erover praten. Daarmee schrijf je een betere enquête, die vervolgens meet hoe vaak elk antwoord voorkomt. Ken je de markt al goed en wil je alleen een bekend gegeven meten, zoals de bekendheid van je merk, dan kun je direct met een enquête beginnen.

Wat is het verschil tussen een onderzoeksvraag en een enquêtevraag?

Een onderzoeksvraag is wat jij wilt weten, bijvoorbeeld "wat houdt 65-plussers tegen om te sporten?". Een enquêtevraag is wat je de respondent voorlegt, in zijn of haar eigen taal en meestal met antwoordopties. Eén onderzoeksvraag vraagt vaak drie of vier enquêtevragen. Stel je onderzoeksvraag nooit letterlijk aan respondenten: die is te abstract om goed te beantwoorden.

Hoe lang moet het veldwerk duren?

Het veldwerk voor een online enquête onder consumenten via een panel is vaak binnen een tot twee weken afgerond. Bij een smalle doelgroep, zoals eigenaren van een bepaald type bedrijf of artsen, duurt het werven langer, soms drie weken of meer. Plan ook tijd voor een herinnering aan wie nog niet heeft gereageerd, en sluit het veldwerk niet af voordat de quota gevuld zijn.

Wat doe je als de uitkomst je beslisregel net niet haalt?

Kijk eerst naar de foutmarge: valt het verschil met je drempel daarbinnen, dan kun je statistisch geen onderscheid maken. In dat geval is een kleinschalige praktijkproef vaak de beste vervolgstap, zoals één proefgroep in één vestiging. Pas de beslisregel niet achteraf aan om toch op ja uit te komen; dan had je het onderzoek kunnen overslaan.

Kan ik marktonderzoek doen met weinig middelen?

Ja, als je de stappen inkort in plaats van overslaat. Deskresearch met open data, vijf gesprekken met klanten en een korte enquête onder je klantenbestand geven samen al richting. Wees wel eerlijk over de grenzen: een enquête onder eigen klanten zegt niets over mensen die je nog niet bereikt, en vijf gesprekken geven inzicht maar geen percentages.

Gerelateerd onderzoek

Bronnen

Vertel ons wat je wilt weten

Geen abonnement, geen verplichting. Je krijgt een voorstel op maat met scope, methode en planning.

Vraag een offerte aan →
  • Geen prijslijst — een voorstel op maat van je vraag
  • Voorstel binnen 1 werkdag
  • Nederlands, Engels en Bulgaars

Nieuwste artikelen

Gratis offerte