Begrippenlijst marktonderzoek
Deze begrippenlijst legt 140 termen uit die je tegenkomt in offertes, vragenlijsten en rapporten van marktonderzoek: onderzoekstypen, methoden van dataverzameling, steekproeven en statistiek, marktcijfers, strategische modellen, kwaliteit en privacy, en digitale bronnen. Elke definitie begint met een direct antwoord, gevolgd door een praktische toelichting. Via de links ga je naar verwante begrippen, naar onze rekentools en naar de rapporten waarin het begrip wordt toegepast.
140 begrippen
A
- A/B-testMethoden
Een A/B-test verdeelt gebruikers willekeurig over twee varianten – een pagina, e-mail of advertentie – en vergelijkt de conversie. De significantie toets je met een z-toets voor twee proporties. Leg de steekproefomvang vooraf vast: stoppen zodra een resultaat significant oogt (peeking) levert meer valse winnaars op. Controleer je uitkomst met de A/B-test-calculator.
- Anonimiseren en pseudonimiserenKwaliteit en recht
Anonimiseren verbreekt onomkeerbaar de koppeling tussen gegevens en een persoon, waardoor het onder de AVG geen persoonsgegevens meer zijn. Pseudonimiseren vervangt identificerende gegevens door codes, terwijl de sleutel apart wordt bewaard; het blijven dan persoonsgegevens. Een veelgemaakte fout is een bestand zonder namen als anoniem behandelen.
- Aselecte steekproef (kanssteekproef)Steekproef en statistiek
Bij een aselecte steekproef heeft elke eenheid in de populatie een bekende kans groter dan nul om getrokken te worden. Alleen dan is de steekproeffout zuiver te berekenen. Volledige lijsten van een populatie zijn in de praktijk zeldzaam, dus commercieel onderzoek werkt vaak met quotasteekproeven en gebruikt dezelfde formules als benadering.
- Attentiecheck (aandachtsvraag)Kwaliteit en recht
Een attentiecheck test of respondenten de vragen lezen, bijvoorbeeld een regel in een matrix met de instructie "Kies hier 'Oneens'". Een mislukte check wordt gemarkeerd en beoordeeld samen met andere indicatoren. Te veel checks of strikvragen irriteren zorgvuldige respondenten en kunnen de uitval verhogen.
- AVG (GDPR)Kwaliteit en recht
De AVG (Algemene verordening gegevensbescherming, Verordening (EU) 2016/679) regelt de verwerking van persoonsgegevens in de EU. In onderzoek betekent dat een grondslag (vaak toestemming), alleen noodzakelijke gegevens verzamelen, een beperkte bewaartermijn en respect voor de rechten van respondenten op inzage, correctie en verwijdering. Toezichthouder in Nederland is de Autoriteit Persoonsgegevens.
B
- B2B-onderzoekStrategie en analyse
B2B-onderzoek richt zich op bedrijven en instellingen, via de mensen die aankoopbeslissingen nemen of beïnvloeden: eigenaren, managers, inkopers en technisch specialisten. Populaties zijn klein en lastig bereikbaar, dus telefonische en diepte-interviews en kleinere steekproeven zijn gebruikelijk. Lees meer over B2B-marktonderzoek.
- BenchmarkingStrategie en analyse
Benchmarking vergelijkt je eigen cijfers of processen met die van concurrenten, een branchegemiddelde of best practices. De vergelijking is alleen zinvol als definities en methoden overeenkomen: een NPS uit een online enquête en een NPS uit telefonische interviews zijn niet zonder meer vergelijkbaar.
- Beschrijvend onderzoekSoorten onderzoek
Beschrijvend onderzoek meet wie, wat, hoeveel en hoe vaak: het aandeel kopers, de aankoopfrequentie, de naamsbekendheid. Meestal is het een kwantitatieve enquête onder een representatieve steekproef. Het laat samenhang tussen variabelen zien, maar bewijst geen oorzaak en gevolg; daarvoor is een experiment nodig.
Zie ook: Causaal onderzoek (experiment)
- Beslisser (DMU)Strategie en analyse
In B2B is de decision making unit (DMU) de groep mensen die samen één aankoop bepalen: gebruikers, technische experts, inkoop, financiën en degene die definitief tekent. Eén "beslisser" is vaak een vereenvoudiging. Een B2B-steekproef dekt daarom de verschillende rollen, omdat hun keuzecriteria vaak uiteenlopen.
- BetalingsbereidheidKengetallen
Betalingsbereidheid (willingness to pay) is de hoogste prijs die een klant wil betalen voor een product of kenmerk. Je meet het direct (Van Westendorp), indirect via keuzes tussen aanbiedingen (conjoint, Gabor-Granger) of met echte prijstests. Directe prijsvragen lokken eerder strategisch lage antwoorden uit.
- BetrouwbaarheidsintervalSteekproef en statistiek
Het betrouwbaarheidsinterval is de bandbreedte rond een uitkomst waarbinnen de werkelijke waarde bij het gekozen betrouwbaarheidsniveau naar verwachting ligt: 42% met een foutmarge van ±3,1 procentpunt geeft 38,9–45,1%. Een veelgemaakte fout: overlappende intervallen van twee groepen bewijzen niet dat het verschil niet significant is; daarvoor is een aparte toets nodig.
- BetrouwbaarheidsniveauSteekproef en statistiek
Het betrouwbaarheidsniveau geeft aan hoe vaak de methode een interval zou opleveren dat de werkelijke waarde bevat als je het onderzoek vaak herhaalt. Gangbaar is 95% (z = 1,96); ook 90% (z = 1,645) en 99% (z = 2,576) komen voor. Een hoger niveau vraagt een grotere steekproef of geeft een breder interval.
- Brand tracking (merktracking)Soorten onderzoek
Brand tracking is het periodiek meten van bekendheid, overweging, imago en gebruik van een merk en zijn concurrenten, elke meting met dezelfde methode. Zo zie je of campagnes en acties van concurrenten de verhoudingen verschuiven. De metingen moeten groot genoeg zijn om echte verandering van toeval te onderscheiden. Bekijk ons merkonderzoek.
C
- CAGR (gemiddelde jaarlijkse groei)Kengetallen
CAGR (compound annual growth rate) is het constante jaarlijkse groeitempo waarmee een beginwaarde de eindwaarde zou bereiken: CAGR = (eindwaarde / beginwaarde)^(1/n) − 1, waarbij n het aantal jaren is. Het strijkt schommelingen glad en verbergt dus jaren van daling. Vermeld altijd het begin- en eindjaar.
- CAPI (persoonlijk interview)Methoden
CAPI is face-to-face interviewen waarbij de interviewer een tablet of laptop met de geprogrammeerde vragenlijst gebruikt. Het is geschikt voor moeilijk bereikbare groepen, productdemonstraties en onderzoek op locatie: in de winkel, op een beurs of aan huis. Het vraagt meer tijd en logistiek dan online of telefonisch onderzoek, en de invloed van de interviewer moet je bewaken.
- CATI (telefonische enquête)Methoden
CATI is telefonisch interviewen waarbij de interviewer de vragen van een scherm voorleest en de antwoorden invoert in software die routing en quota bewaakt. Het werkt goed voor B2B, oudere respondenten en korte vragenlijsten. Lange telefonische interviews leiden tot afhakers, en schalen met veel punten zijn lastig te volgen op het gehoor.
- Causaal onderzoek (experiment)Soorten onderzoek
Causaal onderzoek toetst of een verandering in één factor – prijs, boodschap, verpakking – een verandering in gedrag veroorzaakt. Deelnemers worden willekeurig ingedeeld in groepen die alleen in die factor verschillen, zodat je een verschil in uitkomst aan die factor kunt toeschrijven. De A/B-test is de eenvoudigste vorm.
Zie ook: A/B-test
- CAWI (online enquête)Methoden
CAWI is een online enquête die de respondent zelf invult op computer of telefoon, meestal na een uitnodiging via een online panel of klantenbestand. Het is snel en ondersteunt beeld, video en complexe routing. Je bereikt alleen mensen die online zijn, en kwaliteitscontroles op speeders, straightliners en onoplettende respondenten zijn nodig.
- Churn (klantverloop)Kengetallen
Churn is het aandeel klanten dat je in een periode verliest: verloren klanten gedeeld door het aantal klanten aan het begin van de periode. Maand- en jaarchurn zijn niet lineair om te rekenen: 2% per maand geeft 1 − 0,98¹² ≈ 21,5% per jaar, niet 24%. Onderzoek achterhaalt waarom klanten vertrekken.
- ClusteranalyseSteekproef en statistiek
Clusteranalyse deelt respondenten zo in groepen in dat mensen binnen een groep op elkaar lijken en de groepen onderling verschillen. K-means en hiërarchische methoden komen het meest voor. Het aantal clusters kies je op statistische criteria én op de vraag of de segmenten zinvol en bruikbaar zijn voor de marketing.
Zie ook: Marktsegmentatie
- ClustersteekproefSteekproef en statistiek
Bij een clustersteekproef trek je eerst willekeurig groepen – gemeenten, scholen, winkels – en ondervraag je daarbinnen eenheden. Het veldwerk wordt efficiënter, omdat interviews geconcentreerd plaatsvinden. Mensen binnen één cluster lijken op elkaar, waardoor de precisie lager is dan bij een enkelvoudige aselecte steekproef van dezelfde omvang: het design-effect.
- Coderen van open antwoordenMethoden
Bij coderen deel je letterlijke antwoorden in categorieën in – het codeframe – zodat je ze kunt tellen en vergelijken. Het codeframe bouw je op basis van een deel van de antwoorden en vul je aan als er nieuwe thema's opduiken. AI-tools versnellen het werk, maar een onderzoeker controleert de uitkomst, zeker bij ironie en gemengde antwoorden.
- Competitive intelligence (concurrentie-informatie)Strategie en analyse
Competitive intelligence is het legaal en ethisch verzamelen en analyseren van informatie over concurrenten: producten, gepubliceerde prijslijsten, campagnes, vacatures en jaarrekeningen uit het KvK-Handelsregister. Bedrijfsspionage en het ontfutselen van vertrouwelijke informatie vallen er nadrukkelijk buiten. Het vormt de basis van elke concurrentieanalyse.
- ConcepttestSoorten onderzoek
Een concepttest legt een beschrijving van een nieuw product of een nieuwe dienst voor aan de doelgroep, nog vóór de ontwikkeling, en meet aantrekkelijkheid, begrijpelijkheid, onderscheidend vermogen en koopintentie. In een monadisch design ziet elke respondent maar één concept, wat een zuiverdere vergelijking tussen varianten oplevert.
- ConjointanalyseMethoden
Bij een conjointanalyse kiezen respondenten tussen productprofielen die verschillende kenmerken en prijzen combineren. Een statistisch model schat daaruit het nut van elk kenmerkniveau en de betalingsbereidheid, en simuleert marktaandelen voor alternatieve aanbiedingen. Choice-based conjoint (CBC) is de meest gebruikte vorm. Je past het toe in prijsonderzoek.
- CorrelatieSteekproef en statistiek
Correlatie meet de sterkte en richting van een lineair verband tussen twee variabelen; de correlatiecoëfficiënt van Pearson (r) loopt van −1 tot +1. Correlatie bewijst geen oorzakelijkheid: beide variabelen kunnen van een derde afhangen. Een waarde dicht bij nul sluit een sterk niet-lineair verband niet uit.
- Customer Effort Score (CES)Kengetallen
De Customer Effort Score meet hoeveel moeite het een klant kostte om een vraag op te lossen of een handeling af te ronden, bijvoorbeeld via instemming met "Het bedrijf maakte het me makkelijk mijn vraag af te handelen" op een zevenpuntsschaal. De score is vooral bruikbaar bij klantenservice en online processen, waar moeite herhaalcontact en afhaken voorspelt.
- Customer lifetime value (CLV)Kengetallen
De customer lifetime value is de verwachte totale marge die een klant gedurende de hele klantrelatie oplevert. Eenvoudig benaderd: gemiddelde marge per periode × verwacht aantal perioden, waarbij de verwachte duur ongeveer 1 / churn is. Je gebruikt CLV om te bepalen hoeveel je verantwoord kunt investeren in het werven van een klant.
D
- DashboardDigitaal en AI
Een dashboard is een interactief overzicht van kerncijfers uit een onderzoek of monitor, dat met elke nieuwe meting wordt ververst en te filteren is op segment en periode. Een goed dashboard toont bij elk cijfer de basis en markeert significante veranderingen, zodat toevallige schommelingen niet voor een trend worden aangezien.
- Datacleaning (opschonen van data)Kwaliteit en recht
Datacleaning is het controleren en verwijderen of corrigeren van antwoorden van slechte kwaliteit vóór de analyse: speeders, straightliners, dubbele invullingen, logische tegenstrijdigheden en onzinnige open antwoorden. Leg de regels vooraf vast en documenteer ze, zodat data niet in de richting van een gewenste uitkomst worden "opgeschoond".
- Deskresearch (secundair onderzoek)Soorten onderzoek
Deskresearch is onderzoek op basis van bestaande gegevens: cijfers van het CBS en Eurostat, het KvK-Handelsregister, jaarverslagen, branchepublicaties en aankondigingen op TenderNed. Het is meestal de snelste eerste stap en laat zien welke informatie nog ontbreekt. Nadeel: definities en perioden sluiten zelden precies aan op jouw vraag. Lees meer over deskresearch.
- Diepte-interview (IDI)Methoden
Een diepte-interview is een één-op-één-gesprek tussen onderzoeker en deelnemer van meestal 45 tot 60 minuten, aan de hand van een leidraad met open vragen. Het past bij gevoelige onderwerpen, complexe beslissingen en B2B-respondenten die je moeilijk samen in een groep krijgt. Lees hoe wij diepte-interviews aanpakken.
- DoelgroepStrategie en analyse
De doelgroep bestaat uit de mensen of organisaties op wie een product, campagne of onderzoek is gericht, beschreven met meetbare criteria: leeftijd, regio, gebruik van de categorie, rol bij de aankoop. Hoe smaller de doelgroep, hoe lager de incidentie en hoe lastiger de werving van respondenten.
- Dubbelloopse vraagKwaliteit en recht
Een dubbelloopse vraag vraagt naar twee dingen tegelijk – "Hoe tevreden ben je over de prijs en de kwaliteit?" – waardoor het antwoord niet te interpreteren is als iemand over beide anders denkt. Splits zo'n vraag in tweeën. Een herkenbaar signaal is het woord "en" in het onderwerp van de vraag.
E
- EtnografieSoorten onderzoek
Etnografie is het observeren van mensen in hun eigen omgeving – thuis, in de winkel, op het werk – vaak urenlang of meerdere dagen. De kracht zit in het blootleggen van het verschil tussen wat mensen zeggen en wat ze werkelijk doen. Steekproeven zijn klein, dus de opbrengst is begrip en hypothesen, geen meting.
- EyetrackingMethoden
Eyetracking registreert waar, in welke volgorde en hoe lang mensen naar een advertentie, verpakking, schap of webpagina kijken. De uitkomsten worden meestal getoond als heatmaps en tijd tot eerste fixatie. De methode meet aandacht, niet waardering of begrip, en wordt daarom gecombineerd met interviewvragen over wat mensen hebben opgemerkt.
F
- FactoranalyseSteekproef en statistiek
Factoranalyse brengt veel samenhangende stellingen terug tot een paar onderliggende dimensies, bijvoorbeeld twintig imago-uitspraken tot vier factoren. Je gebruikt het om schalen te construeren, data te vereenvoudigen vóór een segmentatie en te controleren of een set vragen meet wat hij moet meten.
- Fieldresearch (veldonderzoek)Soorten onderzoek
Fieldresearch verzamelt nieuwe gegevens rechtstreeks bij mensen of bedrijven, via enquêtes, interviews, groepsgesprekken of observatie. Je hebt het nodig als bestaande bronnen je vraag niet beantwoorden of over een andere doelgroep gaan. "Veld" betekent niet per se op locatie: ook online enquêtes en telefonische interviews zijn veldwerk.
Zie ook: Veldwerk
- FocusgroepMethoden
Een focusgroep is een gemodereerde groepsdiscussie met doorgaans zes tot acht deelnemers uit de doelgroep, die ongeveer twee uur duurt en wordt opgenomen. Ze is geschikt om motieven, taalgebruik en reacties op ideeën te verkennen. Focusgroepen meten geen aandelen en leveren geen representatieve cijfers. Meer over focusgroepen.
Zie ook: Moderator (gespreksleider)
- FoutmargeSteekproef en statistiek
De foutmarge is de helft van de breedte van het betrouwbaarheidsinterval. Bij 95% betrouwbaarheid geldt e = 1,96 × √(p(1 − p)/n); bij n = 1.000 en p = 0,5 is dat ongeveer ±3,1 procentpunt. Het gaat alleen om toevallige steekproeffouten, niet om fouten door vraagformulering of dekking. Bereken hem met de foutmargecalculator.
G
- Gabor-Granger-methodeMethoden
De Gabor-Granger-methode vraagt respondenten of ze het product bij een reeks prijzen zouden kopen en bouwt daaruit een vraagcurve. Per prijs is de omzetindex de prijs maal het aandeel kopers; het optimum ligt bij de hoogste index. Uitgesproken koopintentie overschat het werkelijke koopgedrag. Reken het door met de prijsgevoeligheidscalculator.
- GemakssteekproefSteekproef en statistiek
Een gemakssteekproef bestaat uit wie het makkelijkst te bereiken is: websitebezoekers, volgers op sociale media, collega's. Prima om een vragenlijst te testen of eerste indrukken op te halen. Gebruik hem niet om marktaandelen of penetratie te schatten, want de deelnemers wijken vrijwel altijd af van de populatie.
- Geraamde opdrachtwaarde (raming)Kwaliteit en recht
De geraamde waarde van een overheidsopdracht is volgens artikel 2.15 van de Aanbestedingswet 2012 gebaseerd op het totale bedrag exclusief btw, inclusief opties en verlengingen die in de aanbestedingsstukken staan. De raming bepaalt of Europese drempels gelden en welke procedure past. Een opdracht opsplitsen om de regels te ontlopen is niet toegestaan.
- Gesloten vraagMethoden
Een gesloten vraag biedt vooraf bepaalde antwoorden: enkelvoudige of meervoudige keuze, een schaal of een rangorde. Antwoorden zijn snel te verwerken en te vergelijken tussen groepen. De opties moeten uitputtend zijn en elkaar uitsluiten, met waar nodig "anders, namelijk" en "weet niet", zodat niemand een antwoord hoeft te kiezen dat niet past.
- Gespreksleidraad (discussion guide)Methoden
Een gespreksleidraad is het draaiboek van een kwalitatieve sessie: onderwerpen, hoofdvragen en doorvragen, stimulusmateriaal en een globale tijdsindeling per onderdeel. Anders dan een vragenlijst lees je hem niet woordelijk voor; de moderator past volgorde en formulering aan het gesprek aan, maar dekt wel alle onderzoeksdoelen.
- Gestratificeerde steekproefSteekproef en statistiek
Een gestratificeerde steekproef verdeelt de populatie in groepen (strata) – naar provincie, bedrijfsgrootte of klanttype – en trekt binnen elke groep een aselecte steekproef. Dat verhoogt de precisie en zorgt voor genoeg interviews in kleine strata. Zijn strata bewust over- of ondervertegenwoordigd, dan weeg je terug naar de werkelijke verdeling.
- Geïnformeerde toestemmingKwaliteit en recht
Geïnformeerde toestemming is de vrijwillige instemming van een deelnemer, gegeven nadat hij weet wat het doel van het onderzoek is, wie het uitvoert, hoe de gegevens worden gebruikt, of er beeld- of geluidsopnamen worden gemaakt en dat hij op elk moment kan stoppen. Bij kinderen is toestemming van een ouder nodig. De ICC/ESOMAR-code vereist het, net als de AVG wanneer toestemming de grondslag is.
H
- HaalbaarheidsonderzoekSoorten onderzoek
Een haalbaarheidsonderzoek beoordeelt of een plan – een nieuw product, een vestiging of een buitenlandse markt – levensvatbaar is: is er genoeg vraag, hoe sterk is de concurrentie, wat vragen regelgeving en bedrijfsvoering, en kloppen de financiële prognoses? Banken en investeerders vragen er vaak om bij een ondernemingsplan, meestal met een pessimistisch, basis- en optimistisch scenario.
Zie ook: Marktomvang
I
- ICC/ESOMAR-codeKwaliteit en recht
De ICC/ESOMAR International Code on Market, Opinion and Social Research and Data Analytics legt de ethische regels van de branche vast: transparantie naar deelnemers, gegevensbescherming, extra zorg voor kinderen en kwetsbare personen en een duidelijke scheiding tussen onderzoek en verkoop. De code wordt gezamenlijk uitgegeven door de Internationale Kamer van Koophandel en ESOMAR.
- Incidentie (incidence rate)Steekproef en statistiek
De incidentie is het aandeel van de populatie – of van de gescreende mensen – dat voldoet aan de criteria voor deelname. Kwalificeert slechts 10%, dan moet je ongeveer 3.000 mensen screenen voor 300 voltooide interviews. Een lage incidentie verlengt het veldwerk en bepaalt mede de omvang van het project. Verwar het niet met respons.
Zie ook: Respons (responspercentage)
- InsightStrategie en analyse
Een insight is een niet voor de hand liggend inzicht in motieven of gedrag van klanten dat de data verklaart en richting geeft aan actie. "Een deel van de klanten breekt het afrekenen af" is een bevinding; "ze haken af omdat de verzendkosten pas in de laatste stap verschijnen" is een insight. Insights ontstaan meestal uit kwantitatieve én kwalitatieve data.
- ISO 20252Kwaliteit en recht
ISO 20252 is de internationale norm met eisen voor processen en kwaliteitsmanagement in markt-, opinie- en sociaal onderzoek, van briefing en werving van respondenten tot dataverwerking en rapportage. De geldende versie dateert uit 2019. Certificering is vrijwillig; de norm is ook bruikbaar als kader voor interne kwaliteitscontrole.
K
- Klantreis (customer journey)Soorten onderzoek
De klantreis is de opeenvolging van fasen en contactmomenten die een klant doorloopt: van het ontstaan van een behoefte via oriëntatie en aankoop tot gebruik en herhaalaankoop. Een klantreiskaart laat zien waar klanten afhaken of vastlopen. Hoe je dat onderzoekt, lees je bij klantreisonderzoek.
- Klanttevredenheid (CSAT)Kengetallen
De CSAT (customer satisfaction score) meet tevredenheid met een product of een specifiek contactmoment, meestal op een schaal van 1 tot 5, en wordt vaak gerapporteerd als het aandeel dat 4 of 5 antwoordt. Het werkt het best direct na een aankoop of servicecontact. Hoe CSAT zich verhoudt tot NPS en CES lees je bij klanttevredenheidsonderzoek.
- KoopintentieKengetallen
Koopintentie is de door de respondent opgegeven kans dat hij het product koopt, meestal op een vijfpuntsschaal van "zeker wel" tot "zeker niet". Je rapporteert het aandeel in de hoogste categorie (top box) of in de hoogste twee. Uitgesproken intentie overschat het werkelijke koopgedrag, dus kalibreer of vergelijk met normen uit eerdere tests.
- KPIKengetallen
Een KPI (kritieke prestatie-indicator) is een meetbare indicator die gekoppeld is aan een concreet doel, met een streefwaarde en termijn – bijvoorbeeld NPS, penetratie, conversie of spontane bekendheid. Houd het aantal beperkt en geef elke KPI een eigenaar en een vastgelegde meetmethode, zodat periodes eerlijk te vergelijken zijn.
- KruistabelSteekproef en statistiek
Een kruistabel laat zien hoe een variabele verdeeld is over de categorieën van een andere, bijvoorbeeld tevredenheid per regio of leeftijdsgroep. Het is de standaardvorm van tabellenboeken in enquêteonderzoek. Kijk bij het lezen naar de basis van elke kolom: een percentage op 40 mensen is veel onzekerder dan een percentage op 400.
- Kwalitatief onderzoekMethoden
Kwalitatief onderzoek werkt met een klein aantal deelnemers en open vragen – focusgroepen, diepte-interviews, etnografie – om motieven, taalgebruik en percepties te begrijpen. Het beantwoordt "waarom" en "hoe". Rapporteer de uitkomsten niet in percentages, want de steekproef is niet representatief; voor omvang is een kwantitatieve fase nodig.
- Kwantitatief onderzoekMethoden
Kwantitatief onderzoek verzamelt gestructureerde antwoorden bij een grote steekproef en rapporteert in cijfers: percentages, gemiddelden, indexen. Het beantwoordt "hoeveel" en "hoe vaak" en maakt, met een goede steekproef, uitspraken over de populatie binnen een foutmarge mogelijk. Het verklaart minder goed waarom mensen zo antwoorden.
Zie ook: Kwalitatief onderzoek
L
- LikertschaalMethoden
Een Likertschaal meet houdingen met stellingen waarmee de respondent het eens of oneens is op een symmetrische schaal, meestal met vijf of zeven punten. De data zijn ordinaal, dus naast gemiddelden is het verstandig de verdeling of het aandeel in de twee hoogste categorieën (top-2-box) te rapporteren. Strikt genomen is één stelling een Likert-item.
M
- Maatwerkonderzoek (ad hoc)Soorten onderzoek
Maatwerkonderzoek wordt ontworpen rond de vraag van één opdrachtgever: doelgroep, vragenlijst, steekproef en analyse volgen uit de beslissing die genomen moet worden. De resultaten zijn van de opdrachtgever. Het duurt langer dan een standaardrapport kopen, maar levert inzichten op die je concurrenten niet hebben.
- ManagementsamenvattingStrategie en analyse
De managementsamenvatting is een kort deel aan het begin van een rapport – meestal één tot twee pagina's – met de belangrijkste bevindingen, de antwoorden op de onderzoeksvragen en de aanbevelingen. Ze moet zelfstandig te lezen zijn. Een sterke samenvatting begint met het antwoord, niet met de methode.
- Marketingmix (4P / 7P)Strategie en analyse
De marketingmix is het geheel van instrumenten waarmee een bedrijf de vraag beïnvloedt: product, prijs, plaats (distributie) en promotie – de 4 P's. Voor diensten komen daar personeel, proces en fysieke omgeving bij (7 P's). Er bestaan ook varianten met 5 of 8 P's, maar het uitgangspunt blijft gelijk.
- MarketingonderzoekSoorten onderzoek
Marketingonderzoek omvat alle marketingbeslissingen – product, prijs, promotie en distributie – en niet alleen de markt zelf. In de praktijk worden beide termen vaak door elkaar gebruikt. Wie wel onderscheid maakt, bedoelt met marktonderzoek de omgeving en met marketingonderzoek ook het effect van eigen acties, zoals de vraag of een campagne het merkimago heeft veranderd.
Zie ook: Marketingmix (4P / 7P)
Het marktaandeel is de omzet of afzet van een bedrijf of merk als percentage van de totale markt in dezelfde periode. Aandeel in waarde en in volume verschillen wanneer merken in verschillende prijsklassen zitten. Spreek de marktafbakening af voordat je vergelijkt: een aandeel in "koffie" is een ander getal dan een aandeel in "koffiecups".
- Marktconsultatie (aanbesteding)Kwaliteit en recht
Een marktconsultatie is een verkenning die een aanbestedende dienst vóór de aanbesteding houdt bij ondernemers of deskundigen, om de opdracht en de aanbestedingsstukken voor te bereiden; artikel 2.25 van de Aanbestedingswet 2012 noemt haar uitdrukkelijk. Volgens artikel 2.51 moet de dienst voorkomen dat deelnemers daardoor een voorsprong krijgen. Lees meer over marktconsultatie bij aanbestedingen.
Zie ook: Geraamde opdrachtwaarde (raming)
- MarktomvangKengetallen
De marktomvang is de totale afzet in een categorie binnen een afgebakend gebied en een afgebakende periode, in waarde (omzet) of volume (stuks, liters, tonnen). De uitkomst hangt af van de afbakening: welke producten, kanalen en klanttypen (B2B, B2C) tel je mee? Benaderingen staan beschreven bij marktomvang.
- MarktonderzoekSoorten onderzoek
Marktonderzoek is het systematisch verzamelen en analyseren van informatie over een markt: omvang, vraag, klanten, concurrenten, prijzen en verkoopkanalen. Het onderbouwt beslissingen zoals toetreden tot een nieuw land, een product lanceren of marketingbudget verschuiven. Een voorbeeld van opzet en inhoudsopgave zie je bij ons marktonderzoeksrapport.
Zie ook: Marketingonderzoek
- MarktsegmentatieStrategie en analyse
Marktsegmentatie verdeelt een markt in groepen klanten met vergelijkbare behoeften of vergelijkbaar gedrag, die verschillend reageren op marketing. Criteria kunnen demografisch, geografisch, gedragsmatig, psychografisch of behoeftegericht zijn. Een bruikbaar segment is meetbaar, groot genoeg, bereikbaar en duidelijk onderscheidend. Lees hoe een segmentatieonderzoek wordt opgezet.
- MaxDiffMethoden
MaxDiff (best-worst scaling) toont respondenten een reeks kleine sets items – kenmerken, claims, voordelen – en vraagt per set het belangrijkste en het minst belangrijke te kiezen. Het resultaat is een rangorde met duidelijke afstanden tussen de items. Zo omzeil je het probleem van beoordelingsschalen, waarop bijna alles "belangrijk" scoort.
- MediaanSteekproef en statistiek
De mediaan is de middelste waarde als je alle waarnemingen op volgorde zet: de helft ligt eronder, de helft erboven. Uitschieters trekken er niet aan, dus voor inkomen, uitgaven en invultijden is de mediaan een betere maat dan het gemiddelde. Een groot verschil tussen beide wijst op een scheve verdeling.
- MerkfunnelKengetallen
De merkfunnel volgt de stappen bekendheid → vertrouwdheid → overweging → aankoop → voorkeur of loyaliteit. De conversie tussen opeenvolgende stappen laat zien waar een merk mensen verliest: hoge bekendheid met lage overweging wijst op een imagoprobleem, niet op een zichtbaarheidsprobleem.
- Merkwaarde (brand equity)Kengetallen
Merkwaarde is de meerwaarde die een merknaam aan een product geeft ten opzichte van een merkloos alternatief: een hogere prijs kunnen vragen, loyaliteit en makkelijker acceptatie van nieuwe producten. Je meet het via bekendheid, associaties, ervaren kwaliteit en prijspremie, vaak met conjointanalyse.
- Moderator (gespreksleider)Methoden
De moderator leidt een focusgroep of interview aan de hand van de gespreksleidraad, vraagt door en zorgt dat iedereen aan het woord komt zonder dat dominante deelnemers de toon zetten. Een goede moderator blijft neutraal, verdedigt het product niet en stuurt niet op het "juiste" antwoord, maar wijkt af van de leidraad als er een belangrijk thema opduikt.
- Mystery shoppingSoorten onderzoek
Bij mystery shopping beoordelen getrainde mystery shoppers als gewone klant de dienstverlening aan de hand van een checklist: begroeting, productkennis, wachttijd, naleving van afspraken en procedures. De methode meet of standaarden worden waargemaakt, niet hoe tevreden echte klanten zijn. Scenario's en scoring lees je bij mystery shopping.
N
- Naamsbekendheid (spontaan, geholpen, top of mind)Kengetallen
Naamsbekendheid is het aandeel mensen dat een merk kent. Spontane bekendheid meet je zonder hulp ("Welke merken … ken je?"), geholpen bekendheid via herkenning uit een lijst of logo, en top of mind is het eerste merk dat spontaan wordt genoemd. Geholpen bekendheid is altijd minstens zo hoog als spontane.
- Net Promoter Score (NPS)Kengetallen
De Net Promoter Score komt uit de vraag "Hoe waarschijnlijk is het dat je … aanbeveelt aan een vriend of collega?" op een schaal van 0 tot 10. Promoters geven 9–10, criticasters 0–6; NPS = % promoters − % criticasters, van −100 tot +100. Vergelijk alleen binnen dezelfde branche en methode. Bereken je score met de NPS-calculator.
- NetnografieDigitaal en AI
Netnografie past etnografie toe op online gemeenschappen: de onderzoeker observeert en analyseert hoe mensen in fora, groepen en reacties over een categorie, probleem of merk praten. Het vraagt ethische afwegingen: openbare discussies zijn iets anders dan besloten groepen, waar toestemming van leden of beheerders nodig is.
- Non-responsbiasSteekproef en statistiek
Non-responsbias ontstaat wanneer mensen die niet meedoen systematisch verschillen van deelnemers op wat je meet; ontevreden klanten negeren bijvoorbeeld vaker een tevredenheidsonderzoek. Je beperkt het met herinneringen, meerdere benaderingskanalen, weging en een vergelijking tussen vroege en late invullers.
O
- OmnibusonderzoekSoorten onderzoek
Een omnibus is een regelmatig terugkerend, landelijk representatief onderzoek waarin meerdere opdrachtgevers eigen vragen in een gezamenlijke vragenlijst plaatsen. Het is geschikt voor een paar gesloten vragen waarop je snel een representatief antwoord wilt, zoals de geholpen bekendheid van een nieuw merk. Voor lange vragenlijsten, complexe routing of smalle doelgroepen is het ongeschikt.
- OnderzoeksbriefingStrategie en analyse
Een onderzoeksbriefing is het document waarin de opdrachtgever het bedrijfsprobleem, de te nemen beslissing, de doelgroep, de planning en de al beschikbare data beschrijft. Een goede briefing noemt de beslissing ("gaan we in Vlaanderen verkopen?") en niet alleen het onderwerp ("we willen onderzoek naar Vlaanderen"). Daarop bouwt het onderzoeksvoorstel voort.
- OnderzoekshypotheseStrategie en analyse
Een onderzoekshypothese is een toetsbare bewering die je vóór het onderzoek formuleert, bijvoorbeeld "klanten boven de 55 bestellen liever telefonisch". Hypothesen bepalen wat de vragenlijst moet bevatten en hoe je de data analyseert. Statistisch toets je ze tegen een nulhypothese die stelt dat er geen verschil is.
- OnderzoeksvoorstelStrategie en analyse
Een onderzoeksvoorstel is het antwoord van het onderzoeksbureau op de briefing: doelstellingen, methode, steekproef, onderzoeksvragen, planning, op te leveren resultaten en voorwaarden. Een goed voorstel legt uit waarom voor de methode is gekozen en wat de beperkingen zijn. Je kunt een voorstel op maat aanvragen voor je eigen vraagstuk.
- Online panelMethoden
Een online panel is een bestand van vooraf geworven mensen die hebben ingestemd met deelname aan enquêtes en van wie profielgegevens bekend zijn, zoals leeftijd, regio en aankoopgedrag. Het maakt snel veldwerk en nauwkeurige quota mogelijk. Panels zijn geen aselecte steekproeven; de kwaliteit hangt af van werving, verificatie en het verwijderen van dubbele profielen.
- Open vraagMethoden
Een open vraag laat de respondent in eigen woorden antwoorden, zonder vooraf bepaalde opties. Je krijgt het taalgebruik van klanten en onverwachte thema's, maar de antwoorden moeten gecodeerd en geanalyseerd worden. In online enquêtes leveren een paar goed geplaatste open vragen meer op dan veel open vragen waarop mensen met één woord antwoorden.
Zie ook: Coderen van open antwoorden
P
- p-waardeSteekproef en statistiek
De p-waarde is de kans op een resultaat dat minstens zo extreem is als het waargenomen resultaat, als er in werkelijkheid geen verschil is (de nulhypothese klopt). Het is niet de kans dat de hypothese waar is. De gebruikelijke grens is 0,05; bij tientallen vergelijkingen in één tabel zijn sommige "significante" uitkomsten toeval.
- PenetratiegraadKengetallen
De penetratiegraad is het aandeel van een doelpopulatie – huishoudens, consumenten, bedrijven – dat in een bepaalde periode minstens één keer een categorie of merk heeft gekocht of gebruikt. Omzet laat zich ontleden in penetratie × aankoopfrequentie × gemiddelde besteding per aankoop, zodat je ziet waar groei vandaan komt.
- Perceptuele kaart (positioneringskaart)Strategie en analyse
Een perceptuele kaart plaatst merken op twee dimensies volgens hoe klanten ze zien, bijvoorbeeld "traditioneel–modern" en "standaard–premium". Ze wordt opgebouwd uit imagoscores met factor- of correspondentieanalyse. De kaart toont welke merken als uitwisselbaar worden gezien en waar mogelijk een onbezette positie ligt.
- Persona (buyer persona)Strategie en analyse
Een persona is een semi-fictief profiel van een typische klant binnen een segment: doelen, problemen, keuzecriteria en informatiekanalen. Een persona is bruikbaar als hij is gebaseerd op interviews en enquêtedata; een persona die op aannames is geschreven, bevestigt vooral wat het team al dacht.
- PESTEL-analyse (DESTEP)Strategie en analyse
Een PESTEL-analyse onderzoekt de macro-omgeving op zes groepen factoren: politiek, economisch, sociaal, technologisch, ecologisch en juridisch. In Nederland is de variant DESTEP gangbaar: demografisch, economisch, sociaal-cultureel, technologisch, ecologisch en politiek-juridisch. Beoordeel factoren op impact en waarschijnlijkheid in plaats van ze alleen op te sommen.
Zie ook: SWOT-analyse
- Pilottest (soft launch)Methoden
Een pilottest of soft launch zet de enquête eerst uit bij een klein deel van de steekproef om routing, invultijd en begrijpelijkheid te controleren vóór het volledige veldwerk. De pilotdata worden handmatig doorgelopen. Worden er daarna vragen aangepast, dan tellen de pilotinterviews meestal niet mee in de eindresultaten.
- Populatie (universum)Steekproef en statistiek
De populatie is de hele groep waarover je uitspraken wilt doen, bijvoorbeeld "Nederlandse huishoudens met een huurwoning" of "bedrijven met tien of meer werkzame personen in de bouw". Leg vóór de steekproeftrekking precies vast wie erbij hoort, wie niet en per welke peildatum. Een vaag afgebakende populatie maakt de cijfers lastig te interpreteren.
- PositioneringStrategie en analyse
Positionering is de plek die een merk wil innemen in het hoofd van de doelgroep ten opzichte van concurrenten: voor wie het is, welke behoefte het vervult en waarom het anders is. Je toetst het met imago-onderzoek en positioneringskaarten; als klanten de beoogde positie niet herkennen, bestaat die alleen in het strategiedocument.
- Prijselasticiteit van de vraagKengetallen
De prijselasticiteit van de vraag is de procentuele verandering in de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele prijsverandering. Bij een elasticiteit van −2 daalt de afzet bij een prijsverhoging van 10% met ongeveer 20%. Is de absolute waarde groter dan 1, dan is de vraag elastisch en verhoogt een prijsverlaging de omzet; onder 1 geldt het omgekeerde.
- Primaire dataSoorten onderzoek
Primaire data verzamel je speciaal voor het onderzoek dat je uitvoert, dus definities, doelgroep en vragen sluiten precies aan op de beslissing die voorligt. De keerzijde is doorlooptijd: een vragenlijst ontwikkelen, veldwerk en verwerking nemen weken in beslag, terwijl secundaire data vaak direct beschikbaar zijn.
Zie ook: Secundaire data
Q
- QuotasteekproefSteekproef en statistiek
Bij een quotasteekproef werf je respondenten tot vooraf vastgestelde quota zijn gevuld, bijvoorbeeld naar geslacht, leeftijd en regio volgens CBS-cijfers. Dat is standaard in commercieel online en telefonisch onderzoek. Omdat het geen kanssteekproef is, is de foutmarge een benadering en geen strikte berekening.
R
- Reclame-posttestSoorten onderzoek
Een reclame-posttest meet het effect van een campagne nadat die heeft gelopen: spontane en geholpen herinnering, herkenning, merkkoppeling en verschuivingen in houding. Om het effect van de reclame te isoleren vergelijk je met een nulmeting vóór de campagne of met een controlegroep die de campagne niet heeft gezien.
- Reclame-pretestSoorten onderzoek
Een reclame-pretest beoordeelt een uiting vóór de lancering – als afgeronde spot, animatic of storyboard – op attentiewaarde, herinnering, merkkoppeling, begrip van de boodschap en emotionele reactie. Zo kun je bijsturen zolang dat nog eenvoudig is. Methoden en normen vind je bij ons reclameonderzoek.
- RegressieanalyseSteekproef en statistiek
Regressieanalyse modelleert hoe een afhankelijke variabele – tevredenheid, koopintentie, omzet – verandert met een of meer onafhankelijke variabelen. In marktonderzoek is het de gebruikelijke techniek voor driveranalyse. Coëfficiënten tonen samenhang, geen bewezen oorzaak, en sterk gecorreleerde voorspellers (multicollineariteit) maken de uitkomsten instabiel.
- Respons (responspercentage)Steekproef en statistiek
Het responspercentage is het aandeel van de uitgenodigde of benaderde geschikte personen dat de enquête voltooit. De definitie verschilt per methode – telt een gedeeltelijk ingevulde lijst mee, tellen onbereikbare nummers mee? – dus vermeld altijd welke je hanteert. Een lage respons betekent op zichzelf geen vertekening, maar vergroot het risico.
Zie ook: Non-responsbias
- RetailauditSoorten onderzoek
Een retailaudit controleert in winkels de beschikbaarheid van producten, het schapaandeel, de schapprijzen, out-of-stocks en promotiemateriaal. Resultaten worden gerapporteerd als numerieke distributie (aandeel winkels dat het product voert) en gewogen distributie (hetzelfde, gewogen naar de categorieomzet van die winkels). De aanpak staat beschreven bij de retailaudit.
S
- SAM (serviceable available market)Kengetallen
SAM is het deel van de TAM dat je met je product, kanalen, taal en werkgebied daadwerkelijk kunt bedienen. Een webwinkel die alleen in de Benelux levert, rekent bijvoorbeeld de Duitse vraag niet mee, ook al hoort die bij de TAM. Voor planning is SAM een bruikbaarder getal dan TAM.
- Screener (selectievragenlijst)Methoden
Een screener is een korte vragenlijst waarmee je deelnemers selecteert op vooraf bepaalde criteria: gebruik van de categorie, leeftijd, rol bij de aankoop. Meestal sluit je mensen uit die in marketing, reclame of bij een concurrent werken en mensen die onlangs aan vergelijkbaar onderzoek deelnamen. Een zwakke screener ondermijnt zelfs een goed geleide groep.
- Secundaire dataSoorten onderzoek
Secundaire data zijn eerder door een ander verzameld voor een ander doel – door het CBS, een brancheorganisatie of een concurrent in zijn jaarverslag. Controleer vóór gebruik de definitie, peildatum, methode en dekking. Een "mkb-bedrijf" telt in Europese statistiek tot 250 werknemers, terwijl een andere bron er alleen het kleinbedrijf mee bedoelt.
- Semantische differentiaalMethoden
Een semantische differentiaal is een beoordelingsschaal tussen twee tegengestelde bijvoeglijke naamwoorden – "modern–ouderwets", "warm–koel" – meestal met zeven punten. Je gebruikt hem voor een imagoprofiel van een merk of product en om dat met concurrenten te vergelijken op dezelfde paren. De paren moeten echte tegenpolen zijn, anders zijn de antwoorden lastig te duiden.
- SentimentanalyseDigitaal en AI
Sentimentanalyse classificeert teksten automatisch als positief, negatief of neutraal. Sarcasme, spreektaal, dialect en Engelse leenwoorden in Nederlandse posts verlagen de nauwkeurigheid. Valideer het model daarom op een steekproef handmatig gecodeerde teksten voordat je resultaten rapporteert; nauwkeurigheidscijfers uit een demo zeggen weinig over jouw data.
Share of voice is het aandeel van een merk in de totale reclamedruk binnen zijn categorie, gemeten in mediabestedingen, impressies of online vermeldingen. Vergelijking met het marktaandeel (excess share of voice) laat zien of een merk boven of onder zijn huidige positie investeert. Gebruik voor elk merk dezelfde bron en definitie.
Share of wallet is het deel van de bestedingen van een klant in een categorie dat bij jouw bedrijf terechtkomt. Een klant die maar een klein deel van zijn categoriebudget bij jou besteedt, biedt groei zonder dat je nieuwe klanten hoeft te werven. Je meet het met een enquête of met data uit een loyaliteitsprogramma.
Sociale wenselijkheid is de neiging van respondenten om antwoorden te geven waarmee ze goed overkomen: recyclen, sporten en lezen overdrijven, alcoholgebruik of schulden onderschatten. Je beperkt dit effect met zelfinvulmethoden zoals CAWI, geruststelling over anonimiteit en indirecte vraagformuleringen.
Social listening is het monitoren en analyseren van openbare vermeldingen van een merk, concurrenten of onderwerpen op sociale media, fora, nieuwssites en reviewplatforms. Het toont thema's, toon en verschuivingen in de tijd. Het is niet representatief voor de bevolking, alleen voor mensen die openbaar posten – meestal de meest betrokken klanten.
- SOM (serviceable obtainable market)Kengetallen
SOM is het deel van de SAM dat je binnen de planperiode realistisch kunt veroveren, gegeven concurrentie, budget en capaciteit. Investeerders kijken het kritischst naar de aannames erachter: beoogd aandeel, tempo van klantwerving en klantbehoud. Bereken TAM, SAM en SOM met de TAM-SAM-SOM-calculator.
- SpeederKwaliteit en recht
Een speeder is een respondent die een enquête zo snel invult dat hij de vragen niet gelezen kan hebben. De drempel bepaal je ten opzichte van de mediane invultijd – bijvoorbeeld minder dan een derde daarvan – en leg je vóór het veldwerk vast. Speeders verwijderen is een standaardstap in de kwaliteitscontrole van online enquêtes.
- StandaarddeviatieSteekproef en statistiek
De standaarddeviatie (standaardafwijking) meet hoe ver waarden rond het gemiddelde spreiden, in dezelfde eenheid als de data. Bij een normale verdeling ligt ongeveer 68% van de waarden binnen één standaarddeviatie van het gemiddelde en ongeveer 95% binnen 1,96. Verwar haar niet met de standaardfout: de standaarddeviatie gedeeld door √n.
- Statistische significantieSteekproef en statistiek
Een verschil is statistisch significant als het onwaarschijnlijk is dat het alleen door toeval in de steekproef ontstaat – meestal bij een p-waarde onder 0,05. Significant is niet hetzelfde als relevant: bij zeer grote steekproeven kan een verschil van één procentpunt significant zijn zonder dat het een beslissing verandert.
Zie ook: p-waarde
- SteekproefSteekproef en statistiek
Een steekproef is het deel van de populatie dat je daadwerkelijk ondervraagt. Hoe de steekproef is getrokken, telt zwaarder dan hoe groot hij is: een grote maar scheve steekproef geeft een nauwkeurige schatting van het verkeerde. Een representatieve steekproef weerspiegelt de populatie op de kenmerken die voor het onderwerp relevant zijn.
Zie ook: Steekproefomvang, Steekproefkader
- SteekproefkaderSteekproef en statistiek
Het steekproefkader is de lijst of bron waaruit je respondenten trekt: een bedrijvenregister, klantenbestand, online panel of telefoonbestand. Verschillen tussen kader en populatie veroorzaken dekkingsfouten: een klantenbestand mist bijvoorbeeld iedereen die alleen bij concurrenten koopt. Voor bedrijfsonderzoek is het KvK-Handelsregister een gangbaar kader.
- SteekproefomvangSteekproef en statistiek
De steekproefomvang is het aantal voltooide interviews. Bij een grote populatie, 95% betrouwbaarheid en een foutmarge van ±5 procentpunt bij p = 0,5 heb je ongeveer 385 respondenten nodig (1,96² × 0,25 / 0,05²). Elke subgroep die je wilt vergelijken, heeft een eigen voldoende basis nodig. Bereken het met de steekproefcalculator.
- STP-modelStrategie en analyse
Het STP-model is de volgorde segmentatie → targeting (kiezen welke segmenten je bedient) → positionering van het aanbod voor die segmenten. De volgorde doet ertoe: positioneren zonder gekozen segment eindigt meestal in een boodschap die iedereen wil aanspreken en niemand echt overtuigt.
- StraightliningKwaliteit en recht
Straightlining betekent dat een respondent in een matrixvraag bij elke stelling hetzelfde antwoord geeft, ongeacht de inhoud. Meestal wijst dat op weinig betrokkenheid. Soms is het legitiem – iemand denkt echt overal hetzelfde over – dus je beoordeelt het samen met andere indicatoren en niet als enige reden om een respondent te verwijderen.
- Suggestieve vraagKwaliteit en recht
Een suggestieve (sturende) vraag duwt respondenten via de formulering richting een verwacht antwoord – "Ben je het er niet mee eens dat…?" of "Hoe tevreden ben je over onze uitstekende service?". Zulke vragen blazen instemming op. De oplossing: neutrale formulering en een gebalanceerde schaal met evenveel positieve als negatieve antwoordopties.
- SWOT-analyseStrategie en analyse
Een SWOT-analyse zet sterktes en zwaktes (intern) naast kansen en bedreigingen (extern) voor een bedrijf of product. Ze is nuttig als elk punt met data is onderbouwd en tot een actie leidt; een lijst algemene uitspraken helpt zelden. Vaak wordt ze gecombineerd met een omgevingsanalyse, zoals in onze SWOT- en PESTEL-analyse.
Zie ook: PESTEL-analyse (DESTEP)
- Syndicated onderzoek (multiclientonderzoek)Soorten onderzoek
Syndicated of multiclientonderzoek voert een onderzoeksbureau op eigen initiatief uit en verkoopt het aan meerdere afnemers, die allemaal dezelfde data krijgen. Het geeft een snel overzicht van een markt of branche en een externe benchmark. Definities en methode liggen vast, en vragen die specifiek zijn voor jouw bedrijf komen niet aan bod.
Zie ook: Maatwerkonderzoek (ad hoc)
- Synthetische respondenten (AI)Digitaal en AI
Synthetische respondenten zijn antwoorden die taalmodellen genereren door mensen met een bepaald profiel na te bootsen. Ze helpen bij het formuleren van hypothesen of het proefdraaien van een vragenlijst. Ze vervangen geen echte data: ze weerspiegelen trainingsteksten in plaats van de actuele markt, en een foutmarge is er niet voor te berekenen.
T
- TAM (total addressable market)Kengetallen
TAM is de totale vraag naar een product als alle potentiële klanten in het gekozen gebied bij jou zouden kopen. Je schat het top-down uit statistieken of bottom-up: aantal potentiële klanten × aankopen per jaar × gemiddelde aankoopwaarde. Zie TAM als plafond van de markt, niet als omzetdoel.
Zie ook: SAM (serviceable available market), SOM (serviceable obtainable market)
- Tekstanalyse (text analytics)Digitaal en AI
Tekstanalyse haalt thema's, begrippen, frequenties en verbanden uit grote hoeveelheden tekst: open antwoorden, reviews, klantenservicetickets, transcripties van klantgesprekken. Het versnelt het coderen en brengt onderwerpen boven die niemand had voorzien. De conclusies vragen nog steeds om menselijke interpretatie en controle van de context.
- ToplinerapportageStrategie en analyse
Een toplinerapportage is een snel overzicht van de belangrijkste resultaten op de totale steekproef, kort na het sluiten van het veldwerk en vóór de volledige analyse. Ze ondersteunt beslissingen die niet kunnen wachten. De cijfers zijn voorlopig en kunnen licht verschuiven na het opschonen en wegen van de data.
- TrackingonderzoekSoorten onderzoek
Een trackingonderzoek herhaalt dezelfde meting met vaste tussenpozen – in meetgolven of continu – met een ongewijzigde vragenlijst en methode, zodat je veranderingen in de tijd betrouwbaar kunt volgen. Pas je een vraagformulering, antwoordschaal of verzamelmethode aan, dan breek je de trendlijn; meet daarom een tijd lang parallel met de oude en de nieuwe versie.
Zie ook: Brand tracking (merktracking)
U
- Usabilitytest (gebruikerstest)Soorten onderzoek
Bij een usabilitytest observeer je echte gebruikers terwijl ze concrete taken uitvoeren op een website, app of apparaat: lukt het, hoe lang duurt het, waar gaat het mis? Korte rondes met ongeveer vijf deelnemers, herhaald na elke aanpassing, volstaan meestal om de grootste problemen te vinden. Dit is een vast onderdeel van UX-onderzoek.
- Usage & attitude-onderzoek (U&A)Soorten onderzoek
Een usage & attitude-onderzoek beschrijft hoe consumenten een categorie kopen en gebruiken: frequentie, kanalen, merken, gebruiksmomenten, motieven, drempels en houdingen. Het is meestal een omvangrijke kwantitatieve enquête en vormt de basis voor segmentatie en positionering. Het wordt vaak om de paar jaar herhaald om verschuivingen in de categorie te zien.
Zie ook: Marktsegmentatie
- USP (unique selling point)Strategie en analyse
Een USP is één concreet voordeel dat een product onderscheidt van concurrenten en dat ertoe doet voor de klant, bijvoorbeeld de kortste levertijd in de categorie. In Nederland wordt de afkorting meestal gelezen als unique selling point. Toets een USP met twee vragen: klopt het tegenover de echte alternatieven, en vindt de koper het belangrijk?
V
- Van Westendorp-prijsgevoeligheidsmeterMethoden
De Van Westendorp-methode (Price Sensitivity Meter) stelt vier vragen: bij welke prijs is het product zo goedkoop dat je aan de kwaliteit twijfelt, voordelig, aan de dure kant, en te duur om te overwegen? Waar de cumulatieve curves elkaar snijden, ligt de bandbreedte van acceptabele prijzen. Koopintentie wordt niet gemeten, dus het afzetvolume voorspel je er niet mee.
Zie ook: Gabor-Granger-methode
- VeldwerkMethoden
Veldwerk is de fase van dataverzameling: interviews afnemen, online enquêtes uitzetten of deelnemers werven voor groepen. De duur hangt af van methode, steekproefomvang, incidentie en respons. Interviewers en binnenkomende data controleer je tijdens het veldwerk, niet pas achteraf, zodat je problemen nog kunt bijsturen.
Zie ook: Incidentie (incidence rate)
- Verkennend (exploratief) onderzoekSoorten onderzoek
Verkennend onderzoek doe je in een vroege fase, als het probleem nog niet scherp is: je wilt motieven begrijpen, thema's in kaart brengen en hypothesen formuleren. Meestal gaat het om deskresearch, interviews of focusgroepen. De uitkomsten sturen de volgende stap, maar zijn niet te generaliseren naar de hele populatie.
- VerpakkingstestSoorten onderzoek
Een verpakkingstest onderzoekt of een verpakking opvalt in het schap, hoe snel shoppers haar vinden, wat ze communiceert en of ze wordt gewaardeerd. Vaak gebeurt dat met een virtueel schap tussen concurrerende producten, soms in combinatie met eyetracking. Alleen "mooi vinden" is een zwak criterium als de verpakking in het schap wegvalt.
- Vijfkrachtenmodel van PorterStrategie en analyse
Het vijfkrachtenmodel van Porter beoordeelt de aantrekkelijkheid van een bedrijfstak aan de hand van vijf krachten: rivaliteit tussen bestaande aanbieders, dreiging van nieuwe toetreders, dreiging van substituten, onderhandelingsmacht van afnemers en onderhandelingsmacht van leveranciers. Het is een vast onderdeel van een branche-analyse en verklaart waarom de winstgevendheid tussen sectoren verschilt.
- VragenlijstMethoden
Een vragenlijst is een gestructureerde set vragen met vaste formulering, volgorde, routing en antwoordopties, die elke respondent op dezelfde manier krijgt. De lengte beïnvloedt uitval en de kwaliteit van antwoorden aan het eind, dus elke vraag moet zijn plek verdienen. Reken de invultijd uit met de enquêtelengte-calculator.
Zie ook: Gesloten vraag, Open vraag
W
- WaardepropositieStrategie en analyse
Een waardepropositie beschrijft welke voordelen een specifiek segment van een product krijgt, welke problemen het oplost en waarom het een betere keuze is dan de alternatieven. Ze is breder dan een USP: het gaat om de totale waarde, niet om één onderscheidend kenmerk. Je toetst haar met interviews en concepttests.
- WebanalyseDigitaal en AI
Webanalyse verzamelt en analyseert het gedrag van bezoekers op een website: verkeersbronnen, pagina's, events en conversies, bijvoorbeeld in Google Analytics 4. Het laat zien wat bezoekers doen, niet waarom. Bezoekers die tracking weigeren of blokkeren, worden niet of maar deels gemeten, dus de cijfers liggen lager dan het werkelijke verkeer.
- WegingSteekproef en statistiek
Weging past het gewicht van elk antwoord aan, zodat de samenstelling van de steekproef overeenkomt met die van de populatie – naar geslacht, leeftijd, regio of bedrijfsgrootte. Grote weegfactoren verkleinen de effectieve steekproefomvang en vergroten de foutmarge. Een groep die helemaal ontbreekt in de data, kun je niet bijwegen.
Z
- ZoekvolumeanalyseDigitaal en AI
Een zoekvolumeanalyse meet hoe vaak mensen op bepaalde zoektermen zoeken en hoe dat per maand en regio verandert, met Google Trends en zoekwoordtools. Het geeft interesse en seizoenspatronen weer, geen aankopen, en de volumes in tools zijn schattingen. Het is een vast onderdeel van een digitale marktanalyse.
Geen begrippen gevonden.
Vertel ons wat je wilt weten
Geen abonnement, geen verplichting. Je krijgt een voorstel op maat met scope, methode en planning.
- Geen prijslijst — een voorstel op maat van je vraag
- Voorstel binnen 1 werkdag
- Nederlands, Engels en Bulgaars