Welke vragen dit onderzoek beantwoordt
- Welk van onze concepten heeft de hoogste koopintentie?
- Begrijpen mensen meteen wat het product doet en voor wie het is?
- Is de belofte geloofwaardig, of roept ze vooral vragen op?
- Onderscheidt het concept zich van wat er al te koop is?
- Welke verpakking valt het meest op en straalt de juiste kwaliteit uit?
- Past de voorgestelde naam bij de positionering, zonder verkeerde associaties?
- Haalt het concept de vooraf afgesproken drempel om door te ontwikkelen?
Wanneer heb je het nodig
Een concepttest hoort in de fase tussen idee en investering: het concept is concreet genoeg om te laten zien, maar productielijnen, voorraden en mediaplannen liggen nog niet vast. Test zo vroeg dat een uitkomst nog tot een andere keuze kan leiden. Drie situaties komen vaak voor. Je innovatieteam heeft meerdere ideeën en moet er één of twee kiezen voor verdere ontwikkeling. Je wilt een bestaand product vernieuwen, met een ander recept, een duurzamere verpakking of een nieuwe naam, en weten of trouwe kopers dat accepteren. Of je bereidt een gesprek voor met de categoriemanager van een supermarkt- of drogisterijketen en hebt onderbouwing nodig waarom jouw nieuwe variant schapruimte verdient.
Ook diensten laten zich zo toetsen: een nieuw verzekeringspakket, een abonnementsvorm of een app-functie leg je voor als concepttekst met beeld, net als een fysiek product.
Wat een concepttest niet doet, is de exacte prijs bepalen; daarvoor is prijsonderzoek bedoeld. Ook voorspelt hij geen marktaandeel. En zit je nog in de verkennende fase, zonder uitgewerkte concepten, dan leveren focusgroepen meer op: daar ontdek je behoeften en de woorden waarmee je later concepten schrijft.
Voorbeeldinhoudsopgave
- Managementsamenvatting
welk concept wint en met welke voorsprong - Onderzoeksopzet
ontwerp, steekproef en quota - Getoonde stimuli
de concepten zoals respondenten ze zagen - Kernscores
aantrekkelijkheid, relevantie, geloofwaardigheid, uniciteit en koopintentie - Actiestandaard
haalt elk concept de afgesproken drempel - Diagnostiek
wat aanspreekt en wat stoort, gecodeerd uit open antwoorden - Verpakking
opvallendheid, vindbaarheid en boodschap, volgens een verpakkingstest - Naamtest
uitspraak, onthoudbaarheid en associaties - Resultaten per doelgroep
eigen kopers, kopers van concurrenten en niet-gebruikers, aan te vullen met consumentenonderzoek - Aanbevelingen
welk concept door, wat aanpassen en wat opnieuw testen
Methode en bronnen
Monadisch of sequentieel monadisch
In een monadisch ontwerp ziet elke respondent één concept. Dat geeft de zuiverste meting, omdat niemand vergelijkt, maar elk concept heeft een eigen groep nodig. Bij sequentieel monadisch ziet iedere respondent twee of drie concepten in wisselende volgorde. Dat is efficiënter, maar de eerste indruk kleurt de volgende; daarom analyseren we de scores van het eerst getoonde concept ook apart.
Wat we meten
De vaste kern bestaat uit koopintentie op een vijfpuntsschaal, aantrekkelijkheid, geloofwaardigheid, onderscheidend vermogen en prijs-kwaliteitperceptie. Met MaxDiff rangschik je daarnaast welke claims of kenmerken het zwaarst wegen. Open vragen over wat aanspreekt en stoort leveren de diagnostiek.
Actiestandaarden
Vóór het veldwerk leggen we samen vast welke score een concept minimaal moet halen, bijvoorbeeld een top-2-boxscore op koopintentie die significant boven die van het huidige product ligt. Zo beslis je na afloop op criteria die niet achteraf zijn bijgesteld.
Steekproef en kwaliteit
Respondenten komen uit een online panel met quota op leeftijd, geslacht, regio en categoriegebruik. Stimuli worden realistisch gepresenteerd: verpakking op ware grootte, naam in context. Snelle invullers en tegenstrijdige antwoorden verwijderen we voordat de analyse begint.
Wat je ontvangt
- Rapport in PDF met winnaar, scores per concept en toetsing aan de actiestandaard
- Scorekaart van één pagina per concept voor de stuurgroep
- Gecodeerde open antwoorden met geanonimiseerde citaten
- Tabellenboek in Excel met significantietoetsen per doelgroep
- Heatmap van de verpakking, als die is getest
- Workshop om de concepten aan te scherpen
Zo verloopt het
- Briefing — doel, concepten, concurrentiekader en actiestandaard bepalen (3–5 dagen)
- Stimuli gelijktrekken — dezelfde lengte, beeldstijl en opbouw voor elk concept (1 week)
- Vragenlijst en pilot — programmeren en met een kleine groep testen (3–4 dagen)
- Veldwerk — online meting onder de doelgroep (1–1,5 week)
- Analyse — scores, significantie en codering van open antwoorden (1 week)
- Rapportage en workshop — uitkomsten bespreken en vervolgstappen kiezen (2–3 dagen)
Voorbeeld uit de praktijk
Voorbeeld: een fictieve Nederlandse fabrikant van huishoudproducten heeft drie concepten voor een navulbare afwasmiddelfles: één gericht op duurzaamheid, één op gemak en één op de prijs per afwasbeurt. Het bedrijf wil er één aanbieden aan de supermarkt- en drogisterijketens.
De test is monadisch opgezet: drie groepen van 300 kopers van afwasmiddel zien elk één concept, met dezelfde opbouw van tekst en beeld. De actiestandaard: het winnende concept moet op koopintentie significant boven het huidige product uitkomen.
Het duurzaamheidsconcept scoort het hoogst op aantrekkelijkheid, maar laag op geloofwaardigheid; veel respondenten vragen zich af hoe vaak je moet navullen. Het gemaksconcept haalt als enige de actiestandaard, vooral onder gezinnen met kinderen. Het bedrijf kiest dat concept als basis, neemt de duurzaamheidsclaim op als ondersteunend argument met een concreet bewijs op het etiket en laat de nieuwe verpakking in een tweede ronde testen.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
- Concepten ongelijk presenteren. Heeft één concept een sfeervolle foto en de rest een schets, dan test je vormgeving. Werk alle stimuli even ver uit.
- Geen actiestandaard vooraf. Zonder vastgelegde drempel wordt elke uitslag achteraf goedgepraat. Leg de criteria vast vóór het veldwerk.
- Alleen eigen klanten ondervragen. Trouwe kopers zijn positiever dan de markt. Neem ook kopers van concurrenten en potentiële gebruikers op.
- Topbox lezen als marktaandeel. Koopintentie in een vragenlijst overschat werkelijk gedrag. Vergelijk er concepten mee, maar maak er geen omzetprognose van.
- De naam pas na de test checken. Een naam die al als merk geregistreerd is, levert niets op. Raadpleeg vooraf het KvK-handelsregister en het merkenregister van het BOIP.
Voor wie het geschikt is
| Geschikt voor | Waarom |
|---|---|
| Fabrikanten van levensmiddelen en verzorgingsproducten | Nieuwe varianten moeten de selectie door inkopers van ketens doorstaan |
| Merken die herpositioneren | Je ziet of trouwe kopers een nieuwe verpakking of naam accepteren |
| Financiële en zakelijke dienstverleners | Een nieuw pakket toets je als concepttekst, voordat systemen worden aangepast |
| Start-ups met meerdere ideeën | Je kiest met data welk idee je als eerste uitwerkt |
| Design- en brandingbureaus | Onafhankelijke toetsing onderbouwt een ontwerpkeuze richting de opdrachtgever |
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt een concepttest?
Reken op drie tot vijf weken. De meeste tijd gaat naar de voorbereiding, niet naar het veldwerk: concepten moeten in een gelijk format staan en de actiestandaard moet vastliggen. Zijn de stimuli klaar en is de doelgroep breed, dan kan het sneller. Een tweede ronde na aanpassing gaat meestal vlotter.
Hoeveel concepten kunnen we tegelijk testen?
In een monadisch ontwerp bepaalt vooral de steekproefomvang het aantal, want elk concept krijgt een eigen groep. In een sequentieel monadisch ontwerp tonen we per respondent zelden meer dan drie concepten, omdat aandacht en oordeel daarna afnemen. Heb je er tien, filter dan eerst met een korte screening of MaxDiff. De foutmargecalculator laat zien hoe nauwkeurig een score per groep is.
Wat bepaalt de kosten van een concepttest?
De kosten hangen vooral af van het aantal concepten en het ontwerp, het aantal respondenten per groep, hoe specifiek de doelgroep is (een nichecategorie vraagt meer wervingsinspanning) en extra onderdelen, zoals een schapsimulatie of kwalitatieve verdieping. Beschrijf je plannen via een offerteaanvraag en je krijgt een voorstel dat bij je vraag past.
Kun je ook digitale diensten of apps als concept testen?
Ja. Een digitale dienst of app-functie leg je voor als korte beschrijving met schermontwerpen; je meet dezelfde kernscores als bij een fysiek product. Of mensen de functie zonder hulp kunnen gebruiken, toets je daarna met een gebruikstest. Voor varianten van advertenties is reclameonderzoek de betere route.
Is ons productidee veilig als we het aan een panel laten zien?
Respondenten gaan bij deelname akkoord met geheimhouding, en we tonen alleen wat nodig is om het concept te beoordelen: geen interne codenamen of lanceringsdata. Stimuli staan in een afgeschermde vragenlijst zonder downloadmogelijkheid. Antwoorden verwerken we volgens de AVG en de ICC/ESOMAR-code; jij ontvangt alleen geanonimiseerde resultaten.
Waarom niet gewoon een focusgroep?
Een focusgroep laat zien waarom mensen een concept waarderen of afwijzen en levert taal voor de verpakking, maar een handvol deelnemers zegt niets over hoe groot de geïnteresseerde groep in de markt is. Een kwantitatieve concepttest geeft vergelijkbare scores met significantie. Veel teams combineren beide: eerst kwalitatief aanscherpen, daarna kwantitatief kiezen.
Gerelateerd onderzoek
Prijsonderzoek
Prijsonderzoek is marktonderzoek dat meet hoeveel je doelgroep wil en kan betalen, en hoe de vraag reageert als de…
Lees →Reclameonderzoek
Reclameonderzoek meet of een campagne doet wat ze moet doen: opvallen, begrepen worden, aan jouw merk gekoppeld worden…
Lees →Focusgroepen
Een focusgroep is een kwalitatief groepsgesprek van anderhalf tot twee uur waarin zes tot acht geselecteerde deelnemers…
Lees →Consumentenonderzoek
Consumentenonderzoek is onderzoek naar hoe consumenten een productcategorie kopen, gebruiken en beoordelen: hoe vaak,…
Lees →Bronnen
- ICC/ESOMAR International Code on Market, Opinion and Social Research and Data Analytics: https://esomar.org/code-and-guidelines/icc-esomar-code
Bijgewerkt: 5 nov 2026